
Over het herkennen van wat er speelt en hoe je weer bewust kiest in je reactie
Soms wil je gewoon dóór
Soms wil je gewoon dóór. Agenda vol, takenlijst lang, hoofd al drie stappen verder. En toch lukt het niet. Iets blijft knagen. Je leest dezelfde mail drie keer, reageert kortaf, of merkt dat je aandacht overal is behalve waar je het nodig hebt. Dat zijn geen toevallige ruisjes—dat zijn signalen dat er eerst iets anders gezien wil worden.
Vaak ervaar je zelf al, dat iets vermijden het alleen maar groter maakt. Sommige dingen vragen zoveel aandacht, dat je ze vóór moet laten gaan. Niet om je op te houden, maar juist om weer verder te kunnen.
Een klein moment kan groot doorwerken
Neem een herkenbaar voorbeeld. Je hebt contact met iemand en merkt dat je je niet echt gezien of gewaardeerd voelt. De ander dendert door, lijkt geen rekening met je te houden. Misschien is het niet eens zo bedoeld, maar zo komt het wel binnen. Voor je het weet, voel je irritatie. Of boosheid. En als je niet oplet, sijpelt dat door in de rest van je dag: een snauw hier, weinig geduld daar. Niet naar die ene persoon, maar naar anderen die er niets mee te maken hebben.
Rationeel weet je: uitvallen heeft geen zin. Maar dat gevoel laat zich niet zomaar wegduwen.
Wegdrukken maakt het niet kleiner
De reflex is vaak om het te negeren. “Niet zeuren, doorgaan.” Alleen: wat je wegdrukt, zoekt een andere uitweg. En meestal niet op een helpende manier.
Eerst erkennen, dan kiezen
Wat helpt, is eerst erkennen wat er speelt. Kort stilstaan. Benoemen, al is het maar voor jezelf: ik voel me gepasseerd of dit raakt me meer dan ik wil. Daarmee haal je de lading al een stukje uit de automatische reactie.
Vervolgens kun je kiezen. Moet hier iets mee richting die ander? Of is het iets wat vooral bij jou zit, een verwachting, een behoefte die niet uitgesproken is? Beide kunnen waar zijn. Maar die helderheid krijg je pas als je het niet wegduwt.
Bewust vertragen geeft ruimte
Soms is het genoeg om het even te laten bezinken: een korte wandeling, een paar bewuste ademhalingen, je aandacht verleggen zonder te vluchten. Soms helpt het om het later wél bespreekbaar te maken, maar dan rustiger en concreter. Niet vanuit verwijt, maar vanuit wat jij nodig hebt.
Het doel is niet om elk ongemak direct op te lossen of elk gevoel uit te schakelen. Het gaat erom dat je jezelf serieus neemt in wat er speelt, zodat het je niet onbewust gaat sturen.
Wat kun je concreet doen op zo’n moment?
Vertraag bewust
Neem even een korte pauze voordat je reageert, al is het maar 30 seconden.. Haal rustig adem en geef jezelf een paar seconden ruimte. Juist dat kleine moment van vertraging voorkomt dat je automatisch reageert vanuit de emotie.
Benoemen is begrenzen
Irritatie, teleurstelling, boosheid. Benoemen = begrenzen. Waarom? Omdat je met benoemen iets wat vaag, diffuus en “overal tegelijk” zit, verandert in iets concreets dat je kunt waarnemen. En wat concreet is, krijgt automatisch een rand.
Zolang iets niet benoemd is, kan het zich uitbreiden. Een gevoel van irritatie blijft dan niet alleen een gevoel, maar wordt een sfeer: je hele stemming, je interpretatie van anderen, je reacties. Het “lekt” door alles heen.
Op het moment dat je het benoemt — bijvoorbeeld: “ik voel me gepasseerd” of “ik merk irritatie” — gebeurt er iets belangrijks:
-Je maakt onderscheid tussen jou en het gevoel
-Je haalt het uit de mist van automatische reacties
-Je creëert een observatiemoment in plaats van een overname
Dat is wat begrenzen in de praktijk doet: het geeft het gevoel een plek binnen jou, maar niet de hele ruimte. Je zegt als het ware niet: “dit ben ik”, maar: “dit is wat er nu in mij gebeurt”.
Dat kleine verschil maakt dat het gevoel niet langer alles stuurt. Het is er nog wel, maar het heeft een grens gekregen: het is aanwezig, maar niet leidend.
Check je verhaal
Wat weet je zeker, en wat vul je in voor de ander?
Wat er in je omgaat is één ding, maar het verhaal dat je erbij maakt is vaak iets anders.
In een moment van irritatie of niet gezien worden ontstaat al snel een interpretatie: “ze houden geen rekening met mij”, “ik doe er niet toe” of “dit gebeurt altijd bij mij”.
Door even stil te staan bij dat verhaal, kun je onderscheid maken tussen feit en invulling. Wat is er objectief gebeurd, en wat vul je zelf in? Alleen al dat onderscheid maakt dat de emotie minder grip krijgt en je weer iets meer keuzevrijheid ervaart in hoe je reageert.
Voel waar het zit
Vaak merk je spanning in je lichaam. Emoties blijven vaak niet alleen in je hoofd. Ze laten zich ook lichamelijk voelen. Spanning in je schouders, een druk op je borst, een onrust in je buik—het zijn signalen dat er iets geraakt is.
Door daar kort aandacht aan te geven, zonder het te willen oplossen, breng je het uit de automatische stand. Je hoeft niets te analyseren of weg te duwen. Alleen herkennen: hier zit het.
Dat alleen al zorgt ervoor dat het minder “overneemt” en meer iets wordt wat je kunt waarnemen, in plaats van iets wat je volledig meesleept.
Kies je volgende stap bewust
Nu iets zeggen, er later terugkomen, of het bij jezelf houden. Door zo te handelen, voorkom je dat een klein moment de rest van je dag kleurt.
Want dat is de kern: jezelf leiden. Niet door alles onder controle te hebben, maar door te herkennen wat er in je omgaat en daar bewust mee om te gaan. Juist die kleine innerlijke haperingen bepalen vaak hoe je dag verloopt.
Meer leren over jezelf leiden in de praktijk?
Dit soort momenten lijken klein, maar bepalen vaak meer van je werkdag dan je denkt.
In mijn werk help ik mensen en teams om beter om te gaan met dit soort innerlijke en onderlinge ‘haperingen’, zodat er weer ruimte komt voor helderheid, samenwerking en werkplezier.
Voel je welkom om eens contact op te nemen als je hierin wilt verdiepen.











